Aan de ene kant heb je de waarheid en aan de andere kant ligt de leugen. Daar tussenin ligt een groot braakliggend terrein. Het is meer een onmetelijke vlakte, en daar werken wij, de journalistiek. En laat ik het niet ingewikkelder maken dan het lijkt, in dit gebied zit ook de politiek.

En het belang van beiden is vaak tegenstijdig. Zo ben ik als journalist opgeleid over de waarheid te berichten en het liegen op te sporen, een helse klus die niet altijd lukt. Ik zit er ook soms naast, maar ik probeer het wel tot het minimum te beperken. Na al die jaren is zo langzamerhand wel mijn uitgangspunt dat ik in principe niks geloof tenzij het tegendeel is bewezen.  Maar, zoals gezegd, op die vlakte zit ook de politiek. En de overlevingsstrategie van een politicus loopt meestal niet parallel met het begrip 'waarheidsvinding'. Het mistorgel of de rookmachine wordt vaak ingezet om het zicht op het ware verhaal te beperken.

Een oud-collega sprak vroeger altijd over de Leugenfabriek, als hij de Tweede Kamer bedoelde.  Zo cynisch loop ik op het Binnenhof niet rond, maar met al die politici, voorlichters, spindokters, persoonlijk adviseurs, ambtenaren, journalisten, en diverse onduidelijk bewuste stoorzenders is het behoorlijk druk op dat terrein tussen waar en onwaar. Neem en passant de sociale media daar nog eens bij, en je snakt soms naar adem. ´t Is mij af en toe een  raadsel dat niet al het nieuws fakenieuws is. Schuilen op die overvolle vlakte is onmogelijk, maar verstrikt raken tussen feiten en fictie ligt op de loer.

De Teevendeal is van dat laatste een voorbeeld. De meeste feiten liggen op straat, dat de deal niet deugde is al vastgesteld en toch om de waarheid heen dansen. Hoe is het mogelijk. Dat je de helft niet vertelt is nog tot daar aan. Wordt ook bij mij thuis soms niet begrepen. Maar gewoon liegen, zeggen dat er niet staat wat er staat, dat voedt het wantrouwen. Van te voren beslissen dat je aftreedt, en net doen alsof je aanblijft. En toch gezellig samen debatteren. En als je vraagt naar hoe iets zit, zeggen dat er niks aan de hand is en doen alsof je neus bloedt. Zo suggereerde ik onlangs dat Lodewijk Asscher niet voor niets zijn excuses aan Mark Rutte  aanbood omdat de PvdA-lijsttrekker zijn collega in het kabinet een ´slap aftreksel van een populist´ had genoemd. Ik proefde met al het andere dat speelt een crisislucht. Ik kreeg meteen een niks-aan-de-hand-telefoontje van deze en gene hoog in de boom. Toegegeven, de werkelijkheid interpreteren raakt de grens. Maar dat is weer iets anders dan er volledig naast zitten. En als wordt gezegd dat iets zeer zeker niet waar is, neem dan maar aan dat je er niet ver naast zit, want anders zou er niet gebeld worden. Die onmetelijke vlakte daar waar wij vandaan berichten, je moet er uitkijken, opletten dat je niet omver wordt gelopen. En in verkiezingstijd moet je ogen en oren hebben, die weten dat wat je ziet of wat je hoort niet altijd is wat het lijkt.

Kees Boonman, politiek commentator